Op reis met Samsara Deel 3
Op reis met Samsara, Deel 3
Zaterdag, 4 juni: Givet – Revin
Ooit hebben we met het cabaret van de tennisclub een liedje gedaan, wat we in bepaalde omstandigheden nog wel eens zingen:
“Eindelijk is het dan zover,
De grote dag breekt aan….”
Want deze 4e juni van 2005 is de proef op de som of we überhaupt onder 3,50m hoge bruggen door kunnen EN door de tunnels. Als eerste gaan we de tunnel van Ham “nemen”, een 650m lange onverlichte tunnel.
Aan dek wordt eerst de lange vlaggestok vervangen door een kortere; de voormast gaat plat en alle antennes horizontaal. De GPS antenne die iets boven de stuurhut uitkomt wordt gedemonteerd en met plakband op de zijkant vastgeplakt.
De navigatie lichten komen iets boven het stuurhuis uit en moeten er voor alle zekerheid
ook af.
Om de boot zwaarder te maken wordt de dingy, die voorop staat, met de dekwaterpomp gevuld met Maaswater. Ook installeren we 2 zwembadjes aan dek, die we elk met +/- 600lit water vullen. De jerricans (goed voor ongeveer 120 lit “dieselwater”) plaatsen we achterop het zwemplateau. Zo hopen we de boot nog weer een paar cm lager te laten zijn.
En daar gaan we dan, eindelijk is het dan zover…: op naar de sluis en de tunnel .
De sluiswachter kijkt bedenkelijk naar onze stuurhut en roept “oh la la” en dat had niets te maken met het Parijse oh la la….
Heel optimistisch van buiten maar als een snaar gespannen van binnen roept Ton het ons welbekende getal : trois metre quarante cinq.
Ton vraagt hem wat de “tirant d air “ is (een woord wat we al lange tijd in het Frans kennen) ; de sluiswachter kijkt heel gewichtig op zijn beeldscherm en vertelt ons dat dit 3,50m is.
Nou dat moet wat worden….Gespannen varen we op de tunnel af.
De boot is 4,30 breed, beide kanten een stootwil van 30cm dik dus de totale breedte is 4,90m. De tunnel is 650m lang en is maar 5,70m breed dus rest er aan beide kanten 40cm. Omdat de tunnel onverlicht is gaat de schijnwerper aan. Rietje zit voorop en geeft Ton instructies welke kant hij aan moet houden. Hij zet het roer heel iets over de ene kant om de werking van de schroef op te heffen en verder stuurt hij slechts met de boeg- en hekschroef.
Vlak voor we de tunnel in willen varen roept Rietje: ’er komt er een deze kant op’, maar dat blijkt een spits (vrachtscheepje) te zijn die voor ons geschut was en er ook heel langzaam doorheen vaart. Het voordeel van een tunnel is dat degene die voorop de aanwijzingen geeft, heel goed te verstaan is. Klinkt goed hoor in zo`n tunnel!
Zonder iets te raken, komen we opgelucht aan de andere kant en Grant en Vicky die na ons komen, vertellen ons dat we nog ‘plenty of room’ hadden.
Die dag doen we 9 sluizen en eindigen de dag met de kleinere tunnel (250m) van Revin.
Zo, die dag kan niet meer stuk en samen met onze medestrijders Grant en Vicki maken we op Samsara een fles champagne open. Zolang van tevoren hier mee bezig en dan…. valt het mee.…..
5 juni : Revin- Charleville
Zondagmorgen halen we in Revin brood en dan vertrekken we weer. De zwembadjes laten we leeg lopen, want die hebben we zoals gebleken is, niet nodig.
Het mag gezegd: de 2 “matroosjes”zijn hier heel erg blij mee. 1e Rietje, want die heeft nu alleen nog maar obstakel rubberboot en niet ook nog eens die 2 badjes. 2e Tommy, die heeft al de pest aan water en kon door die badjes helemaal nergens meer bij.
Het is regenachtig weer. Bij de eerste sluis geeft de Temps Parissiens van Grant en Vicki een geluids signaal: de motor is gestopt.
Gelukkig heeft Ton met de Carlot de nodige ervaring met slepen opgedaan en we nemen ze probleemloos op sleep de sluis door. Na de sluis meren we af , nou ja, een lijn aan de wal. De motor ondergaat een uitgebreide inspectie en Grant heeft telefonisch kontakt met de onderhoudsmonteur. Er wordt koelvloeistof bijgevuld en de motor weer gestart . Het probleem lijkt opgelost.
Bij de volgende sluis springt het licht bij het binnenvaren op dubbel rood. Via de intercom maken we contact met het overkoepelend waterwegen orgaan, de VNF, en 10 minuten later komt iemand het euvel oplossen.
In Charleville is in de jachthaven geen plaats dus meren we samen met T.P. af aan een kade bij een park. Vandaag hebben we veel regen. We drinken nu maar eens weer champagne, want je moet wel vieren dat er weer wat is opgelost, zoals het motorprobleem!
Maandag gunnen we ons een rustdag, blijven in Charleville en verkassen naar een vrije plaats aan de toeristenkade. Vandaag hebben we contact met de moeder van Laura. Laura is weer opgenomen, we horen van Dinie F. dat Wim Overgoor ook weer in het ziekenhuis ligt. We moeten veel aan ze denken en ook aan Marco, die eind deze week misschien hoort wat er gedaan wordt. We bellen even met de Scholtens…
’s Avonds sturen we alle bekenden een Email, waarin we melding maken van de door Elvira ingerichte site van Samsara en mailen ons nieuwe Franse telefoonnummer.
Na dagje vrij in Charleville (6 juni) gaan we de volgende dag naar Sedan. Dit is weer zo’n tocht waarvan we erg genieten: diverse insecten, zoals libelles, in allerlei kleuren, de vogels die je luidruchtig begroeten en de watervogels met hun grut in het kielzog. En natuurlijk ook reigers!
Temps Parisiens blijft toch bij ons, want hun doel Moyon is te ver.
Het is een koude dag, maar goed voor een wandeling en een bezoek aan het kasteel. ( een drie sterren hotel daarin is gedeeltelijk klaar. Prachtig! Interessant item: in Sedan rijden heel veel Ford-Sedans…!!!
Grant en Vicky kennen elkaar vandaag 10 jaar. Het mag duidelijk zijn: er wordt weer eens een fles champagne open gemaakt.
Het is al een beetje onze gewoonte geworden om tegen 9 uur te vertrekken. Voor ons niet alleen een mooi tijdstip, maar je hebt dan ook de tijd, omdat je nooit vooruit weet hoelang je over een bepaalde afstand zult doen. Dat ligt aan de sluizen, want het kan zomaar een uur duren als er `wat` is. Dat `wat` is meestal nogal mysterieus.
De omgeving is prachtig. Op het ene moment vaar je door diepe, smalle ravijnen en het volgende moment schuif je door uitgestrekte valleien. Op die momenten vraag je je af of die ravijnen er nu eerder waren of dat de eeuwenoude Maas het landschap zo heeft gemaakt.
Van Sedan naar Stenay 8/6
Ton:
Als je in zo’n fraaie omgeving vaart dan gaan je gedachten allerlei kanten op. Vroeger als heel klein kereltje mocht ik (als ik mij wel herinner) met mijn zuster Alida mee naar de film Fanfare in het Scheepje. Wat mij altijd is bijgebleven is het beeld van een weiland waar je bovenuit een praam ziet schuiven met de muziekvereniging van “Albert Mol”. Nou hier kunnen ze kilometers van die film maken want vanaf de wal zie je de boten zo over het land schuiven, zo hoog vaar je boven de omgeving uit.
In Stenay, een kleine plaats, controleer ik s avonds de wierpot en daar zit een heel weiland in! Goed om te weten want dat had vergaande gevolgen kunnen hebben.
9/6. Net na Stenay is de sluis “en panne”. Vicki wordt door Grant gedropt op de kant om te trachten met de paniekknop, op de sluis, e.e.a. op te lossen. Ze probeert zelfs met de voet de sluisdeur op gang te brengen, maar het mag niet helpen.
Daarom belt Ton op zijn beste Frans met het overkoepelend orgaan. Ze snappen in ieder gaval dat er wat fout is met sluis nr 29, en het probleem wordt verholpen.
Weet je, Ton zegt van niet, maar hij kan geweldig Frans spreken (het verstaan van het antwoord is een tweede…).
De laatste sluis voor Consenvoye, wat onze bestemming is, heeft schuine kanten. Gelukkig blijkt er dit jaar juist een drijvende steiger gemaakt te zijn waar je op af kunt meren.
Consenvoye is een heel klein plaatsje waar maar 3 boten kunnen liggen. Geleerd hebbend van een eerdere keer varen we achteruit het kanaaltje in. Er is hier niets te koop. Voor een stukje kaas worden we naar Verdun verwezen!
Er ligt al een ander Nederlands motorjacht, dat we ook al eerder hebben gezien. Het is de Etude en is ± 15 jaar geleden gebouwd…jawel in Elburg, bij Balk. De eerste naam was Louise Maria (of zoiets).
Samen met de bemanning van deze 3 boten drinken we een borrel op Samsara.
Het gaat hard met de drankvoorraad…
Vandaag zijn we maar 1 boot tegengekomen. Deze avond zit de wierpot opnieuw vol met weer een vogelnestje
Naar Verdun 10/6
We hebben nu ± 650 km van de totaal 1550 km naar de Middellandse Zee afgelegd dat is kwa afstand 40%.
We hebben echter nog maar 60 sluizen van de ±240 gehad dus daarmee zitten we op 25%. In Verdun hebben we voor de eerste keer te maken met de Nederlandse gastvrijheid. We komen aan de aanlegsteiger en die is aardig vol en hier en daar liggen al wat boten dubbel. Als we vragen of wij langszij mogen komen liggen krijgen we te horen, dat “als het niet anders kan dat het dan maar moet” (grrrrr…..) En dan te bedenken dat zij, en al die andere Nederlanders, hier gratis liggen + stroom en water!
’s Zaterdags blijven we liggen in Verdun
We denken lekker te kunnen uitslapen, maar we worden wakker gemaakt door tromgeroffel gevolgd door kanonsschoten. De geluiden hiervan herhalen zich zo ongeveer om de drie kwartier. Tommy denkt dat het nieuwjaar is en ligt zo ver mogelijk onderin de boot. Wat het leuke hiervan is, dat bij de laatste oorverdovende schoten, die worden afgevuurd (de speaker geeft aan dat ze schieten op de Samsara), Napoleon himself, met zijn pikante hoed en het handje in de binnenzak (eh.. hiermee kan hij wel zwaaien) ook in de stoet meeloopt.
.
12/6 naar St Mihiel
Kwa natuur worden de valleien wat breder en vlakker maar het blijft afwisselend.
Soms wanen we ons in de grachten van Elburg en passeren we het joden-kerkhof. Korte tijd later lijkt het wel of we door de Puttense beek varen , met aan een kant het jaagpad /fietspad en passeren we de tennisbaan van Huize Old Putten. Even later hebben we naast ons een uitgebreid veld van rode klaprozen en hebben we het idee dat we in de Flevo Polder naar Dronten varen/rijden.
Onderweg laat een zogenaamde Spits (een typisch Frans vrachtscheepje) ons weten dat we maar moeten passeren. De breedte van de Puttense beek is hier ongeveer 15-20m breed. De Spits zo’n 5m en wij met stootwillen aan beide kanten ook circa 5m. Aan de beide kanten van de Puttense beek is het ondiep en het is dus al met al een hele klus. Tijdens het passeren staat het roer dwars onder de boot om niet naar de spits toegezogen te worden. Het scheelt wel veel oponthoud want die spitsen varen vanwege diepte en breedte max 3kn.
Bij het afmeren is de steiger bezet en vragen we aan een van de Nederlanders of we langszij mogen liggen, maar de vrouw roept: ga weg, ga weg je bent veel te groot. En dan te bedenken dat ze ook hier gratis liggen met vrije elektriciteit en water….. We gaan bij een Duits jacht afmeren.
Die dag komen we op het hele traject (+/- 40km en 9 sluizen) slechts 2 tegenliggers tegen.
13/6 naar St. Remy.
Gepland was Pagny, maar daar is de steiger vol.
De dag begint na de eerste sluis met een grote schrik. Raar geluid in de motor, het alarm van het uitlaatwater begint te jammeren en er komt plotseling zwarte rook uit de uitlaat. Motor af. Ton gaat in de machinekamer, nadat hij telefonisch overleg heeft gehad met Rene van Jachtcentrum Elburg (gelukkig is het geen zondag) en controleert of de impeller , maar die is nog goed.
Rietje zal Ton bijschijnen en laat zich daarom, met een lamp, bij het open luik naar beneden zakken. Dat gaat niet helemaal zoals het moet: Ze stapt mis en ligt vervolgens languit in het gangetje en met het hoofd zo ongeveer in onze hut...Builen, plekken in allerlei kleuren…..
Het watersysteem wordt afgevuld en de kranen weer open gezet. Nu lijkt het wel goed te gaan
14/6 naar Toul
Vandaag varen we van 9 tot 12 uur en het regent ook al die tijd. Het is droog in de tunnel van
bijna 1 kilometer!. Temps Parisiens gaat voorop en wij volgen. Deze tunnel is wel verlicht. We moeten naar 360m boven zeeniveau en zijn nu op 245m.
Maar na de tunnel doen we 12 sluizen en moeten we helaas weer zakken naar 200m om op het niveau van de Moezel te komen. Het omlaag schutten gaat wel veel gemakkelijker! Maar ja, we moeten het straks allemaal weer omhoog.
We hebben nu 730 km van de 1550 gevaren, hebben 90 sluizen gedaan en hebben er nog ongeveer 140 voor de boeg.
Vandaag doen we de 12 sluizen in 3 uur en zijn omstreeks het middaguur in Toul. Na onze dagelijkse “meeting” met Grant en Vicki, worden we uitgenodigd bij `Die Deutsche Leute` van de Maroma. We drinken daar schnaps met hen en vooral tot groot genoegen van Manfred (Mannie), van 40 jaar en sinds zijn 20e gehandicapt. Ze komen uit Rensburg (Kielerkanaal).
Tot nu toe gaat het allemaal goed met de tunnels, de hoogte en de breedte van de bruggen en de sluizen maar…. de laagste brug moet nog komen en de sluizen worden nog smaller!!!
Hoe dat gaat lees je in het volgende deel.
Intussen heeft iedereen al wel tussen de regels kunnen lezen dat het allemaal goed met ons gaat. We hopen met jullie ook!

3 Comments:
Leuk!
Hier nu ook zomer. Heb k-broek aan. GOEG GAAN.
Bertus
hallo ton en rietje!
hier een berichtje van een oud 'kind aan huis'. Wilde even zeggen dat ik het ontzettend stoer van jullie vind om zo maar de Elburgse boel de boel te laten en te gaan wereldreizen! Lag net met jullie dochter aan het strand (kan je het geloven op 30 oktober???) en ik zei dat ik dat ook wilde als ik ietsje pietsje ouder ben... kom jullie natuurlijk snel opzoeken in barca! dikke kus marije
NB: leuke website!!!!!!
Lieve Ton Rietje en Tommy,
Heel fijn dat ik jullie weer heb gesproken.
Heb jullie gemist.
Veel liefs ,Janny.
Hoop jullie weer eens te zien , waar dan ook.
Een reactie posten
<< Home