11 juli 2006

Deel 18, Samsara op de Middellandse zee (juni 2006)

Cartagena heeft een prachtig kasteel met een museum. Als we er eindelijk zijn, is het net gesloten. Dan maar naar het Maritiem museum maar als we daar zijn blijkt dat ’s middags niet open. Dus doen we het de volgende dag nog een keer op de goede openingstijden.

We hebben in Cartagena een fraaie plek langs de kade; tegenover is een bar: Pilsje 1,= E

Die middag haal ik voor de 4e keer het toilet uit elkaar. Van de impeller blijkt het rubberdeel over de bus heen te draaien. Ik lijm het met speciale kit en hoop dat het houdt.

Het vervolg van onze tocht ná Cartagena is de afgelopen maanden tijdens een drankje al heel wat keren onderwerp van gesprek geweest. De trajecten die we op de Midd. Zee tot nu toe overbrugd hebben waren max. +/- 35NM (ruim 60km)

Om aan de Zuid-kust te komen bij Malaga en Gibraltar moeten we vanaf Cartagena een stuk van +/- 100NM (bijna 200km) overbruggen waar maar een paar havens liggen. Volgens de Pilots en andere boekwerken mogen of kunnen we die havens niet binnen lopen vanwege de afmetingen (omdat wij te groot zijn) of omdat er geen pleziervaart/jachten in mogen.

Volgens verhalen zal het allemaal zo’n vaart niet lopen. We besluiten om toch verder te gaan, we zullen wel zien. Met veel swell en wind komen we in Mazaron.

Mazaron heeft twee havens. Met de tweede (de jachthaven ) krijgen we noch via telefoon noch via marifoon kontakt. Daarom proberen we de eerste. Die wordt gedeeltelijk verbouwd en is eigenlijk de vissershaven. Gelukkig is het zaterdag (Pinkster-weekend) en een viskotter die net van de afslag afkomt en aan de kade ligt, roept ons dat hij elders gaat liggen en dat we op die plaats mogen liggen. Zo, dat treft. Ik ga hem later bedanken en vraag of we er kunnen overnachten. Hij maakt me duidelijk dat we “manana” opgerot moeten zijn.

Riet gaat naar de kapper en ik loop (+/- 25min) naar de andere haven, een jachthaven om te informeren of we daar eventueel de volgende dag kunnen liggen: Nee! Een dag later: Nee! Nou dat gaat lekker

Op de terugweg pakken we een pilsje in de kroeg aan de haven . De barkeeper denkt dat we wel tot maandagmorgen vroeg kunnen blijven liggen. We besluiten het er op te gokken.

Bij de haven spreekt Rietje 2 sportvissers aan. Het blijken vriendelijke Marokkanen te zijn waarvan er één vloeiend Duits spreekt . Hij heeft een poosje in Duitsland en Nederland gewoond. Hij geeft ons 4 vissen en maakt ze nog schoon ook. Hij vaart op de vissersboot die voor ons ligt en verzekert ons dat we rustig kunnen blijven liggen. Gratis ligplaats, gratis maaltijd…. Tot zover gaat het goed.

Alhoewel er de volgende dag (zondag) wel wat beweging is van vissersboten gaan we toch het plaatsje verkennen maar zijn gelukkig weer aan boord als er een charterboot de haven inkomt die roept dat we op zijn plek liggen. Gelukkig mogen we bij hem langszij gaan.

Dan nemen we een grote en belangrijke beslissing. We wegen alles af.

Dit gezeik met havens waar je eigenlijk niet in kunt, komt het komende deel nog veel meer.

Daarom besluiten we niet verder Zuidwaarts te gaan en leggen ons neer bij het feit dat Mazaron de meest Zuidelijke plaats is waar we tijdens deze missie zullen komen.

We gaan weer poco poco naar het Noorden.

Met weer meer swell en wind dan verwacht varen we de volgende dag terug naar Cartagena. Vlak voor Cartagena ontmoeten we een oorlogsschip met m.i. een leerling-stuurman want hij houdt eerst SB aan , dan BB, dan weer SB. Wat willen ze? Dan horen we ineens schieten en vanuit de wal komen een soort mijnenveger en een grote Dingy met ratelende mitrailleur. De Spaanse marine houdt oefeningen en doet krijgertje om Samsara heen. Eerst niet, maar later wel leuk! In Cartagena krijgen we dezelfde plaats langszij aan de kade bij de loodsboten. Ivo komt s‘middags weer even “een pilsje” drinken.

Hij is 31jr en heeft naar ons idee veel levenswijsheid. Bij het laatste biertje beginnen we te snappen hoe hij aan al die levenservaring komt De weersvooruitzichten leren ons dat, als we niet binnen 2 dagen verder gaan, we waarschijnlijk meer dan een week moeten wachten op geschikte omstandigheden. Dus 7.00hr in de morgen gaan we al op pad. Na de eerste kleine kaap blijkt er aanzienlijk meer swell te staan en de wind die pas +/- 11.00hr zou komen heeft een trein vroeger genomen. We zijn ruim een uur op weg als er en douane-boot achter ons aankomt. Gadverd…, ook dat nog. Ze draaien een rondje om ons heen, zwaaien en gaan weer terug. We hebben uiteraard niets te verbergen maar een ontmoeting op volle zee trekt mij niet zo. Iets verder zien we nog een soort “geep” 1m boven water uit komen. De geep is een dunne lange vis en de vissers hier noemen het dat ze zwaaien. We moeten de beruchte Cabo Palos nog ronden en vrezen dat de omstandigheden daar nog ruwer zullen zijn maar gelukkig nemen swell en wind af als we de kaap ronden.

In Thomas Maestre krijgen we weer dezelfde plek, tussen de grote jachten. Dat betekent veel kijkers de hele dag. We gaan even wandelen en zien iets bekends liggen. Het blijkt ook een “Kokkruiser” te zijn, iets kleiner maar dezelfde “lijn”

Na een paar dagen gaan we het Mar Menor weer op en zoeken een plek in een kleine haven in een baai. Eigenlijk zouden we er niet mogen liggen (blijkt geheel privé te zijn…) maar onder de kraan-lift (zonder water en elektra) maakt niemand echte paniek. Na 2 dagen moet Oranje de eerste wedstrijd spelen. Om er zeker van te zijn dat we TV kunnen kijken gaan we weer terug naar de haven van Thomas Maestre. Bovendien wordt er komende dagen veel wind verwacht, dus dat komt goed uit.

Een paar dagen later willen we weer voor anker achter een eiland maar ontdekken dat we ook aan de steiger kunnen komen en dat is veel gemakkelijker met Tommy.

I.v.m.de 2e WK-wedstrijd van Nederland gaan we daarna weer terug naar Thomas Maestre.

Het Mar Menor telt totaal 10 jachthavens, maar slechts in één zouden we volgens de Pilots in moeten kunnen. De enige die tot 14m accepteert is de haven van Lo Págan, helemaal in het Noorden van het meer. We gaan het proberen maar de marinero roept: “geen plek”! Dan maar ankeren, maar tijdens het snorkelen zie ik dat het anker krabt. Met de dingy verken ik de visserskade en daar lijkt het net diep genoeg. Het is dan zaterdag.

Op het grote plein staan ook een aantal campers maar die gaan ’s avonds allemaal weg. Later blijkt waarom. Een paar 100m verderop zijn een aantal mega discotheken. Vanaf 11.00 loopt de hele parkeerplaats vol met wel 1000 auto’s van discogangers.

Hele nacht veel lawaai en vanaf 06.00hr wordt het pas rustig. Dan komen om 08.00 hr de veegmachines het hele plein schoonvegen dus vanaf 09.00 hr hebben we pas rust maar zijn dan klaar wakker. Prachtige dag en op de kade maak ik één van de achterkajuit-deuren helemaal kaal.

Later op de middag komt er een Nederlands sprekende persoon langs die een praatje maakt. Het blijken de Belg Mark en Engelsman John. Na een poosje vragen we ze aan boord voor een borrel en zo wordt het toch weer laat.

Volgende morgen +/- 07.00hr gaat Rietje naar het toilet en roept plotseling: de boot vaart!

Ja daaaaag , de boot vaart. Met een duffe kop schiet ik een korte broek aan, strompel slaapdronken aan dek en zie dat 5 vissers de boot een paar meter naar voren trekken omdat we voor de netten op de kade liggen. Ik probeer wat Spaanse woorden in herinnering op te roepen maar kom, slaperig als ik nog ben, niet verder dan Hola en heb niet de indruk dat iemand reageert.

Via verkenning van div. kleinere havens gaan we weer terug naar het vertrouwde eiland en maken weer vast aan de steiger bij het restaurant.

Voor anker ligt een Duitser en als ik toevallig met de verrekijker zijn richting op kijk begint hij te zwaaien en te wijzen op zijn marifoon. Via de marifoon vraagt hij of het diep genoeg is voor zijn zeilboot want het waait nogal en wil eigenlijk ook aan de steiger gaan liggen. Ik help hem met aanleggen en we worden uitgenodigd voor een glaasje.

Hij vertelt dat hij Nederlandse vrienden heeft die een huis met zwembad hebben in de buurt van Malaga, tussen Benamaldena en Fuengirola, in de bergen met zicht op zee.

Na een paar drankjes vraagt hij waar ik gewerkt heb: bij IBM....Ach so, zegt de Duitser, da hat der Peter auch ge-arbeitet . Peter wie???? “Ja , onze Nederlandse vrienden”. Hij dacht zelfs dat de vrouw van Peter daar ook heeft gewerkt: WAT BLIJKT: Het zijn Peter en Jolanda ter Haar, twee ex-collega’s van mij: "wat is de wereld klein!"

Volgende dag, 21 juni weer naar Thomas Maestre ivm voetbal. Daar maak ik ook de andere kajuit-deur helemaal kaal met afbijtmiddel en krabber. De volgende dag, 23e gaan we weer voor anker bij het eiland.

Een dag later vertrekken we al vroeg en verlaten via een smal kanaaltje het Mar Menor. We komen dan weer op de Med en gaan naar Torrevieja want die dag zal Brenda landen op Alicante. Daar krijgen we ook een sms-je van Dick dat Alie is overleden. Alie en Dick waren 6 mnd geleden nog een week bij ons in Barcelona aan boord geweest.

Op de haven regel ik eerst dat we een vaste ligplaats kunnen huren van 15 juli – 15 aug. Ik zie Bob en vertel hem waarom we weer terug zijn. Hij vraagt hoelaat Brenda aankomt want hij moet lieden wegbrengen naar het vliegveld. Dat blijkt precies aan te sluiten en zo rijd ik met Bob mee om Brenda af te halen. Het is goed om Brenda weer te zien. De zondag blijven we in Torrevieja en nemen Brenda mee naar een paella-restaurant waar we een maand geleden al met Bob waren: 24,= E voor 3 personen…. Incl. wijn, voor- en nagerecht +koffie!

Maandag vroeg op want we willen met Brenda terug naar het Mar Menor om daar te ankeren. Motor draait al en dan springt het rode waarschuwingslicht aan van de hydraulic: paniek dus.

Onmiddellijk de motor gestopt en in het motorruim blijkt dat er +/- 40 lit hydraulic oil in de bilge ligt. Direct gebeld met (natuurlijk eerst weer) Rene in Elburg. Zelf had ik al geconstateerd dat er geen leiding of zo lekte maar dat er olie uit de (zo bleek later) ontluchting v/d keerkoppeling kwam. Vlak daarna zie ik Oscar op de boot achter ons. Die hadden we de vorige keer in Torrevieja al in de bar ontmoet. Oscar doet een soort F1 boatracing maar is ook monteur op de haven. Ik vraag hem om, als hij klaar is, even langs te komen en hij bevestigt wat Rene ook al dacht: De hydraulic pomp zit achter de keerkoppeling en heeft waarschijnlijk door een defecte keerring olie geperst in de keerkoppeling die vervolgens is gaan overlopen. Hij geeft aan hoe ik de hydraulische unit moet demonteren en als hij deze ziet is inderdaad duidelijk dat een olie-keerring de boosdoener is. Als hij die bestelt kan e.e.a. er de volgende dag zijn,….. maar in Spanje is de volgende dag wat anders dan in Nederland .

Dat wordt dus helaas niet varen met Brenda op de Middellandse zee….!

Op de haven zijn meerdere dieselmonteurs maar achteraf hoor ik dat Oscar wel de beste is.

Ondertussen haal ik samen met Rietje alle olie uit de bilge en laat ook de olie uit keerkoppeling lopen omdat die helemaal vol zit met een mengsel van verkeerde olie. Na het nodige zwoegen zit de meeste olie in jerricans, de rest in het mottorruim EN in onze kleren.

Ook hier op de haven zijn lieden die graag taxi-chaffeur spelen en zo wordt Brenda door John weer naar het vliegveld gebracht. Ook die dag nog geen onderdeel. Oscar vindt het vervelend maar hij zal weer bellen.

Op donderdag 29e vertelt Oscar dat e.e.a. klaar is voor montage en bouwen we e.e.a. samen weer in. Vrijdagmorgen gaan we al heel vroeg proefvaren en gaan vervolgens weer terug naar de haven waar we even op een kopsteiger mogen afmeren (als je weer op de achterlijnen in een box gaat is de hele boot weer smerig !!). We controleren of er geen nieuwe olie te zien is en vullen de hydraulic-unit naar het juiste niveau. Dan vertrekken we met een bijna gladde zee (dat kan dus toch op de Med) weer terug naar het Mar Menor waar we weer in de buurt van een eiland voor anker gaan