12 juni 2007

Deel 29, Samsara op de Med (mei 07)

We gaan Argelès Ville verkennen met de fiets. Daar is het nu, op 1 mei, een feestdag met veel drukte en …een vrijmarkt! De volgende dag vertrekken we al op tijd naar Canet. Op de heenweg waren we hier ook en dan weet je de weg..maar de capitanerie is gesloten! Het blijkt dat dit (bij)gebouwtje slechts in juli en augustus open is. We moeten ons melden bij het hoofdgebouw. Als we op zoek gaan naar een internetcafé nemen we geen paraplu mee: We zijn nog niet één keer tijdens onze reis zó natgeregend!
Vanuit Canet gaan we ’s morgens bijtijds richting Leucate. Voor de ochtend is weinig wind voorspeld en in de middag zal deze toenemen. Er is wel een redelijke swell en na een poosje zet de wind tòch door. We schommelen als een gek, ik voel me niet zo “lekker”, Tommy blesseert zich bij een “trapje-af-aktie”, kortom een gedoe. Door de hoge golven (swell èn wind) is het passeren van de smalle doorgang tussen de pieren érg spannend! Ton en Samsara doen het goed.
Het weer wordt stormachtig. Het wordt een hele week Leucate.
Op een morgen worden we opgeschrikt door een harde knal: Een wegvarend Frans zeiljacht kon door de harde wind niet vrijkomen van de wal en heeft één van onze davits geraakt. Ik schrijf de naam van de boot op een kladje en roep ze na dat we schade hebben. Maar dat wisten ze al, want hun bimini was afgeknapt omdat ze daarmee achter onze davit waren blijven hangen. Ton doet aangifte bij de Gendarmerie die toevallig (?) een kantoor in de marina heeft. Omdat er waarschuwing 10Bft wordt gegeven, hebben we alles met touwen vastgezet wat maar vast te binden was. Samsara wordt vrijgehouden van de wal door 13 fenders. Op het haventerrein is een gezellige bar, waar we zo af en toe eens binnen lopen. Ook hier weer een internationaal gezelschap.
Op een middag komt er een Engels motorjacht van zo’n 30 meter binnenlopen. Door de harde zij-wind komen ze nogal hard op de steiger af en ik houd mijn handen voor de ogen omdat ik niet kan geloven dat dit goed afloopt. Toch lukt het aardig…Later zie ik aan de gebaren van de kapitein, dat hij aan de andere crew-leden laat zien wat ìk deed. Ik zwaai maar even….
10 mei vertrekken we dan eindelijk. Naar Cap d’Agde. We zijn nog geen half uur onderweg als we op de marifoon een oproep horen voor ”Samsara”. Dat is wel even schrikken om zo midden op zee een oproep te horen voor JOU. Het is Traffic-center Leucate. Ze willen weten waar we vandaan komen, waar we heen gaan, de afmeting van de boot, hoeveel personen er aan boord zijn. Het Engels van deze Fransman is van een hoog Allo-Allo gehalte. Prachtig, maar slecht te verstaan.
Dan gaan we naar Sète . Omdat in de marina geen geschikte plaats is voor “Samsara” mogen waar we aan de kade van de havendienst liggen. Geen voorzieningen, geen liggeld, wel een heerlijk plekje. Hier willen we een Franse telefoonkaart en –nummer kopen, maar dat kan alleen als een van ons het paspoort kan laten zien. Dus….terug naar de boot…
Palavas Les Flots is de volgende haven. Mooi plaatsje èn zaterdagdrukte. Gezellig!
Het is de 13e en we gaan op weg naar La Grande Motte op slechts 8 mijl. Binnen het uur zijn we echter alweer terug in Palavas met een grote chaos aan boord: de zware tafel met tijdschriften, boeken en zo is omgevallen, in de kastjes is alles, maar dan ook àlles door elkaar gehusseld, door het raampje in het toilet is voor het éérst water binnengekomen, enz. Tijdens ons “tochtje-van-nog-geen uur” hadden we veel wind en hoge golven van opzij, had ik een emmer binnen handbereik, was Tommy erg onrustig en probeerde Ton (met succes) de boot in bedwang te houden. Blij dat we weer tussen de palen liggen.
Als we de 15e vertrekken weten we nog niet of we naar La Grande Motte of Grau du Roi gaan. Het wordt de eerste en daar hebben we geen spijt van. Een mooi complex van haven en dorp. Brede straten, veel groen, diversiteit in boetiekjes en natuurlijk de grote hoeveelheid horeca-gelegenheden. De brug van Grau du Roi draait om 08.00hr en daarom vertrekken we vroeg.
We varen eerst nog een stukje Middellandse zee en gaan dan via een kanaal door de Camarque. In Aiges Mortes is de plaats aan de kade (waar we in 2005 hebben gelegen) bezet door een huurboot met 8 Duitse mannen. Ze vertellen ons dat ze binnen het uur vertrekken en we mogen langszij in afwachting van hun vertrek. Deze mannen vertellen dat ze elk jaar een dergelijk reisje maken in de week van hemelvaartsdag (waar hebben we dit eerder gehoord?). Als de vlag van de provincie Baden wordt gehesen staan ze allen in tenue (zelfde shirt en pet) te salueren onder een riedel op de trompet. Op het moment van vertrek speelt de trompettist “Muss i denn” (het gaat meer om de woorden van de 2e regel: …”und du mein Schatz bleibt hier”).
Hier treffen we ook Brian en Sally van “May Fly”. We kennen dit stel uit Barcelona en van hen horen we de laatste nieuwtjes uit Port Vell. De volgende dag vertrekken we weer op tijd.
’s Morgens vroeg is, mede door de stilte, de natuur op haar mooist. Is het een groep ijsvogeltjes dat ons de oren van de kop zingt? Ze hebben wel dezelfde kleuren. Er zijn heel veel flamingo’s te zien in de omgeving en langs de oever spotten we de beroemde witte paarden. Bij de sluis van St Gilles kunnen we geen VNF-vignet (nodig voor de Franse kanalen) kopen. Dat kan wel in Arles waar we aan de steiger een plaats vinden bij een Engelse Zweed langszij. Mike, de eigenaar van de Gentiana uit Uppsala, is een gezellige prater. Ton een goede dameskapper. Arles is een zéér oude, interessante plaats. We bezoeken het amfitheater (Ton: Ossestal), nemen een kijkje bij het Van Gogh museum en zwerven wat door de smalle straatjes. We kopen een boekje over Arles en van Gogh, dan kunnen we ons verder oriënteren want we komen nog weer terug in Arles.
We varen met stroom en (veel) wind de Rhone af naar Port St. Louis. Zoals afgesproken komen Brenda en Matt hier voor het weekend aan boord. Het is heerlijk om ze weer te zien en met hen bij te kletsen.
Het is de volgende dag (19e) prachtig weer en we varen naar de baai voor Port St. Louis om te ankeren. De op afstand te besturen zeilboot van Matt moet nog worden getuigd en terug in de haven gaat deze te water. Met champagne. En...”Chippy” zeilt!
De volgende ochtend na het ontbijt moeten Brenda en Matt alweer vertrekken. Ze hebben nog een hele rit naar San Remo voor de boeg. Dit afscheid valt me zwaar: Ze vertrekken binnenkort met de boot om met de eigenaar een ver-weg-reis te maken…. Wij gaan nog even de Middellandse Zee op om daar nog een paar dagen van te genieten voordat we de rivieren op gaan. In Port de Bouc vinden we een plaats langszij een rommellige boot uit St Malo , maar wel een mooi plekje..
In De Bouc is aan de kade van de rivier een replica gemaakt van de brug die ook te zien is op een van de schilderijen van Van Gogh. Helaas hebben we ons fototoestel niet bij ons…
De volgende dag vertrekken we met als doel Marseille maar de zeegang doet ons na overleg besluiten dit plan te laten varen, Daarom gaan we bij Sauset le Pins de haven in.
Na een paar pogingen om de aangewezen plek in te nemen (veel te smal), besluiten we om maar weer te vertrekken. Een Nederlander op de kade wijst ons echter op een plaats bij de ingang. Ton heeft het eigenlijk al helemaal gehad hier, maar de vriendelijke landgenoot staat al klaar om de lijnen aan te pakken. De plek is prima. Ton gaat hier aan de slag met het herstellen van de dekwaterpomp. Deze functioneerde niet en “straks” bij de lage bruggen hebben we die echt weer nodig om onze zwembadjes te vullen! Ton is handig en maakt de pomp!
Voor we de Med verlaten willen we nog even “kijken” in Port Napoleon. De toegang tot de haven is net een sloot, maar goed bebakend. Vlak naast de boeien is het zo ondiep dat daar de vissers tot aan hun kuiten in het water staan te vissen. Het voelt als het Wad. Er overwinteren hier veel jachten, zowel in het water als op de kant. Hier liggen ook veel schepen te wachten op transport of om het water in te gaan. De locatie is prachtig: middenin de natuur, waar een diversiteit aan vogelgeluiden te horen is.
We blijven nog een korte nacht (moeten 5.45 uur opstaan vanwege de sluis) in Port St. Louis en daar worden we gebeld door Henk B. dat tijdens zijn “voorjaarstrip” Andries Huizinga is overleden. Andries hoorde 25 jaar geleden bij de vaste bemanning van de voorjaarstochtjes van Ton. Op zulke momenten wil je liever niet zo ver weg zijn.
Samen met een Sloveens vrachtschip “Lira” gaan we de volgende ochtend al vroeg de sluis in. De bolders in de sluis staan heel ver uit elkaar, m.a.w. zijn jachtonvriendelijk. Als we dan eindelijk vastliggen, roept de sluiswachter dat we naar achteren moeten. Dan begint het geklooi…In de Rhone sluizen is een zwemvest verplicht. Ik zal je vertellen dat dit niet gemakkelijk is in dit soort situaties. Ding zit in de weg en je zweet als een otter door al die heisa.
We mogen wel als eerste de sluis uit. Het is een mooie tocht die om 11.15 uur eindigt in Arles. Ton van de “Noordzee” (hij kent Bea en Hans) neemt de lijnen aan. Halverwege de middag zit er en zware bui in de lucht en we besluiten daarom niet van boord te gaan. We helpen een Amerikaans zeiljacht om bij ons langszij te komen. Het “dubbelen”zie je niet vaak in Zuid Europa en we worden door onze buren uitbundig bedankt. We brengen de oude stad weer een bezoek, lopen over de grote weekmarkt en snuiven allerlei heerlijke Provençaalse geuren op! Het gemeentehuis ligt aan hetzelfde plein als de kerk en we zien daar op zaterdagmiddag 4 bruidsparen tegelijk! Geliefde trouwplek dus.
We gaan door naar Avignon, waar we bezoek zullen krijgen van een Spaanse verzekering-expert (schade aan davits). Bij het aanleggen zie ik een schildpad (35 cm lang) in het water die tevergeefs probeert aan wal te komen.
Met Jeannette en Martijn hebben we afgesproken dat ze, op de terugreis van Antibes naar Hilversum, in Avignon bij ons langskomen. Het is erg fijn om ze weer even bij ons te hebben.
Zij vertrekken de volgende dag om half elf en wij maken dan klaar om ook te vertrekken. Met de stroom tegen en de zon achterop passeren we de sluis van Avignon en gaan afmeren in l’Ardoise. Ook dit haventje kennen we van 2005.
We gaan beginnen aan de eerste zomermaand. Onderhand moeten we leren om “Si” te vevangen door “Oui” en “Gracias” door “Merci”.