06 juli 2007

Deel 30, Samsara terug nr Nederland (juni 07)

We krijgen nu voorzichtig echt het gevoel dat we op de terugreis zijn en over een paar maand weer in Nederland liggen. Dit verslag zal waarschijnlijk het laatste zijn dat we onderweg op de site plaatsen. In Barcelona deden we dat nog vaak zelf maar daarna heeft Elvira Hulst de site n.a.v. de toegestuurde E-mail bijgewerkt waarvoor we haar zeer erkentelijk zijn!!!!
Juni begint met de tocht de Rhone op (stroomopwaarts dus). Er staat en knots van een stroom. Met redelijke toeren op de schroef komen we amper op 5 Kn. en dicht bij de sluizen, waar ook de “overlopen” zijn , kolkt het van de stroom en halen we soms niet meer dan 2,5 Kn..
De boot wordt op elke stroomrafel uit koers geduwd en je stuurt je een ongeluk. Ook het aanleggen met zo’n stroom vereist de nodige voorzorg. Bovendien, het schiet geen hout op.
Niet dat we haast hebben of geen tijd hebben, maar er is gewoon niets aan!
Voordeel van het riviervaren is wel dat we niet meer elke dag een Internetcafe nodig hebben voor de weersverwachting op zee en alles kan gewoon op het aanrecht en/of tafel blijven staan.
Op de Rhone zijn, in tegenstelling tot bv de Saone, weinig havens en/of aanlegplaatsen. Daarom vertrekken we vanaf Arles (voorlopig tot we in Lyon zijn en de Saone op gaan) vroeger dan we gewend zijn en zijn meestal 8.00 hr al onderweg. We bezoeken wel zoveel mogelijk havens waar we op de heenreis niet zijn geweest zoals Valence en Condrieu. We concluderen dat we, evenals op de heenreis, de Rhone minder mooi vinden dan de Saone en dat het stroomopwaarts varen over die lange afstanden ons niet zo aanspreekt. Aan de hoge sluizen (soms +/-25m verval, alsof de boot op de Elburger kerktoren wordt gezet) raken we al gewend. In 10 min. zijn we boven.
In Viviers liggen we naast Bertus, een Nederlander die onze lijnen aanpakt. Later arriveert nog een Nederlander, Wil en Ria, en hen komen we deze maand nog vaak tegen en drinken soms een drankje bij elkaar. Ze zijn lid van de KNMC en kennen Ben Huisman en Hans en Bea Ooms.
Vlak voor we een sluis aanvaren roept Rietje: er steekt een hertje voor ons over. Het beest zwemt zo hard dat het half boven water uitkomt. Rap klautert het de kant op.
Bij Vienne ligt een bunkerschip wat we kennen van 2005 en we bellen of we langszij kunnen komen: Speciale diesel voor de kachel (hele grote tank…..) en de andere tank zo vol mogelijk om straks (over een paar weken) bij de lage bruggen zo diep mogelijk te liggen. We kunnen niet met creditcard betalen, maar daar had ik gelukkig al rekening mee gehouden. Als we Lyon binnenvaren ligt er midden in de vaarroute een vissersbootje maar als we dichter bij komen zien we dat ze druk zijn met het binnenhalen van een karper of meerval (?) van bijna 1,5m. In Lyon hebben we afgesproken met de ouders van Matt, de vriend van Brenda. Zij zijn op vakantie vanuit Australië in Europa, doen ook Frankrijk aan en willen ons graag ontmoeten. Ze zijn samen met vrienden en na wat heen en weer bellen komt de rendez-vous tot stand. We drinken samen wat op Samsara , eten gezamenlijk, hebben de volgende dag een afscheidsdrankje en gaan weer “ieder ons weegs”.
We liggen aan de Saone in Villefranche, het is mooi weer. Ik besluit even te duiken voor onderwaterinspectie: snorkel, zwemvliezen enz. maar ik kan nog geen 10cm ver zien.
Constateer wel dat de duiker in Barcelona zijn werk niet goed heeft gedaan. Schroef en boegschroef zijn redelijk aangegroeid. Dat kost snelheid en brandstof!
In Macon komen Gert en Willemien Mulder aan boord. Zij logeren in de buurt in een Hotel en op een mooie middag komen ze even bijpraten. Wel bijzonder, samen op Samsara in Frankrijk.
We genieten wel van de Saone. We overnachten op de meest uiteenlopende plekjes. Na Macon liggen we in een oude sluis en ’s morgens komt er en auto met brood aan de kade. Rietje koopt brood van de dame en het herinnert haar aan de tijd dat ze zelf nog ventte. Op een andere plek in de bocht van de rivier doen we de Dingy te water. Het is tijd dat de bb-motor weer eens draait na het zoute water van de Med. Met het in Barcelona gelaste kraantje wordt deze vanaf dek achter de Dingy gebracht. Na een loze poging start de motor en verken ik de omgeving met de Dingy.
We krijgen weer meer sluizen per dag en ….. ook weer 2 tunnels. Gelukkig zien we er nu niet meer zo tegenop als de 1e keer op de heenreis. Bij de 2e tunnel staat nog steeds (dezelfde?) ezel aan de sluis.
Voorzichtig beginnen we al voorbereidingen te maken voor de lage bruggen. Aan een pontoon vlak voor Gray, op een prachtige plaats aan de Saone, vullen we de ballasttank en de vuilwatertank. Samen +/- 1.200 lit. De boot ligt onmiddellijk, vooral achter, een stuk dieper.
Tevens beginnen we alle jerrycans te voorschijn te halen. Ze komen overal achter vandaan.
+/- 10 grote (25 /35 lit) en meer dan 60 van meest 8lit.
De overnachting vóór Corre wordt de Dingy aan dek gezet zodat we deze, als het nodig is, ook met rivierwater kunnen vullen. De volgende dag zullen we onze eerste lage brug passeren en weten we hoe diep Samsara ligt en hoe het kanaalpeil is, vergeleken met 2005. Als we los maken om te vertrekken krijg ik een hydraulic alarm. We kunnen nog net een lijn terugzetten op de steiger om weer vast te maken. Het komt allemaal bekend voor want we hadden dit ook al vorig jaar in Torrevieja. De monteur had toen voor de zekerheid al een extra reserve onderdeel meegeleverd. Als de lokale monteur bij ons komt kijken, begrijpt hij al snel wat het euvel is en regelt iemand met meer kennis van hydraulic. Die repareert e.e.a. de volgende morgen en vervolgens maken wij de bilge schoon waar we +/- 50 lit. olie uit moeten halen..
Na 2 dagen oponthoud kunnen we weer verder. Het weer wordt minder, de barometer loopt in een paar dagen terug: 980, 970, 960 en zelf nog lager. Zo laag hebben we sinds ons vertrek uit Elburg niet meegemaakt. Als we de sluis van Corre passeren informeer ik bij de sluismeester hoe het staat met het kanaal niveau. Op de heenreis hadden we daar 2 zwembadjes nodig om de brug te passeren. Hij adviseert om niet vóór 09.00hr te vertrekken. De volgende morgen lijkt het peil (mede door de regen?) nog hoger dan gisteren. Voor de zekerheid wandel ik met paraplu door de regen naar de sluis terug voor overleg. In het Frans maakt hij mij duidelijk dat ik maar naar de brug moet varen en moet proberen of het gaat. Hij zal kijken wat hij kan doen. Als we de brug naderen leggen we een kleedje op de voorkant van het stuurhuis. Héél langzaam naderen we de brug: het kleedje loopt vast, ….SHIT!!! Dus achteruit!. Na een paar minuten overleg wil ik het toch nog een keer proberen zonder kleedje. We gaan opnieuw voor de brug liggen en als ik, staand op een bankje, over de kajuit heen kijk kan ik al zien dat we nu een paar cm overhouden…???!!! Uitgelaten bel ik (op zijn verzoek) de sluiswachter dat we gepasseerd zijn: “merci beaucoup” !!! Het grootste opstakel is gepasseerd, zonder zwembadjes! Eind juni passeren we het hoogste punt van onze reis (zou ook bijna de hoogstliggende vaarweg van Frankrijk moeten zijn) en vanaf nu schutten we niet meer omhoog maar gaan we zakken. Dat op zich is veel gemakkelijker want daarvoor kwam het water soms met veel geweld de sluis in. Als eerste passeren we dan de zgn Golby-keten: een groep van 16 sluizen binnen +/- 3km waar je 16 x 3m daalt. De barometer staat hier bijna op z’n laagst en nadat we uit een heel smal en bebost kanaaltje komen blijkt het behoorlijk te waaien. Omdat we zakken vaar je de sluis bijna op water-nivo aan, geen luwte van de sluis en Samsara heeft de volle windvang.
Omdat we, met maar 15cm ruimte aan beide kanten, de sluis recht aan moeten varen moet ik bij een paar sluizen terug omdat ik door de wind niet recht voor de sluis kan komen. Bij de laatste sluis zijn we het meer dan zat…, door en door nat en koud en besluiten we Epinal binnen te gaan. Daarvoor vaar je eerst over een aquaduct over de Moezel (met weer 2x 15cm ruimte en met veel wind dwars!!) en dan via een heel smal, ondiep geultje naar de haven. Op ondiep water is Samsara moeilijk bestuurbaar en we varen daarom zeer langzaam. Achter ons komt een Nederlander varen en de vrouw voorop roept: “kunnen jullie niet een beetje doorvaren!!, Wat doe je hier ook met zo’n grote boot”. Nadat we ons eerst hadden opgewonden hebben we maar voor onszelf gezongen: zijn dat dan ook die Hollanders, ta, ta, ta , ta….. In Epinal ontmoeten we in het haven-restaurant een Deens stel Kim en Annet. Met hen trekken we een paar dagen op. In Charmes doen we uitgebreide inkopen. Als we de volgende middag alle lage bruggen gepasseerd zijn en aanleggen voor we de Moezel opgaan, ligt de kade vol maar kunnen we afmeren op de Waterling van Wil en Ria én de Marina van Kim en Annet. Zij gaan via Nancy maar wij kiezen voor een route zonder lage bruggetjes. Op de Moezel kunnen de balasttank, de vuilwatertank en alle jerrycans weer leeg gemaakt worden.